Interview Douwe Nauta

Jonge dirigent voor Jong Excelsior

douwe nauta

Douwe Nauta:
‘Ik wil weten hoe een blaasinstrument werkt’

Tijdens het laatste kerstconcert in de Westerkerk maakte het publiek kennis met de nieuwe dirigent van Jong Excelsior. Douwe Nauta (24) wist de harten te veroveren door zich rechtstreeks tot het publiek te wenden. Voor onze trouwe achterban stellen we hem nu uitgebreid voor.

door Trudy Admiraal

Het is nog vóór de coronacrisis als we voor het interview afspreken in een café. Douwe heeft zojuist een glas thee omver gezwiept. Gelukkig is de partituur van Danse Macabre die hij zat te bestuderen nog droog. Iets te fanatiek met de linkerhand meegedaan? Douwe grijnst: ‘Dat kan. Danse Macabre duurt 9 minuten en elke minuut is anders. Het is een moeilijk stuk maar het is voor JE mogelijk. Als het orkest dit wil spelen, zullen we er ook hard voor moeten werken.’
Hij verwacht dat er dan repetities zullen zijn waar de lol ver te zoeken is. ‘De lol moeten we dan halen uit de prestatie.’ Douwe is van plan om het ze te vragen. ‘Ik ga een kringgesprek houden met het orkest. Het is een democratisch proces.’

Fries dorp

Douwe groeide op in een Fries dorp met 200 inwoners. Een kerk, een café en een kaatsveld, dat was het wel. Maar ook twee ouders die professioneel muzikant zijn. ‘Mijn moeder is fluitiste en mijn vader is allround theatermusicus. Hij bespeelt twaalf verschillende instrumenten. Toen ik 5 jaar was, wilde ik drummer worden. Maar ik was nog te klein voor een drumstel dus koos ik viool. De klank, de fijnzinnigheid en de grote inzetbaarheid maken het een van de mooiste instrumenten die ik ken. Mijn viool voelt als thuis. Inmiddels speel ik ook een aardig eindje weg op drums en contrabas en kan ik drie liedjes op piano en gitaar.’

Hij verhuisde naar Amsterdam vanwege zijn studie schoolmuziek aan het Conservatorium van Amsterdam waar hij drie jaar geleden afstudeerde. Sinds september 2019 is hij ook dirigent van het schoolorkest van het Vossius gymnasium. Douwe: ‘Ik ben Coen Stuit opgevolgd die dirigent is van het Ricciotti Ensemble, waar ik zelf in speel. Zo gaat dat, het is een kleine wereld.’

Wij-ding

Bij het Ricciotti Ensemble leerde hij het publiek toespreken, vertelt hij. ‘Het Ricciotti is een flexibel orkest dat op ongewone plekken optreedt. In de gevangenis, bij de Hema, in parken en op pleinen. Sommige orkestleden zijn ook aankondigers, ze slaan een brug met het publiek zodat het geen statisch concert wordt want dat komt niet aan. Door de interactie met het publiek maak je er een wij-ding van. Ik speel viool maar ben ook een aankondiger, daar heb ik veel van geleerd.’

Daarnaast is Douwe werkzaam bij het Hallo Muziek, een soort leerorkest in Zaandam, en verzorgt hij voor het Nederlands Blazers Ensemble workshops op het Mundus College, een vmbo-praktijkschool in Nieuw-West. ‘In acht weken tijd maken we een muziektheatervoorstelling met 12-jarigen die vrijwel geen theater- of muziekervaring hebben. Het gaat over de vraag hoe je vrienden maakt. Ze treden op in het voorprogramma van het Nederlands Blazers Ensemble. Daar word je echt blij van, ik geloof heel erg dat je met zoiets de wereld wat vriendelijker maakt.’

Derde helft

Komen we op de grote vraag: hoe komt een strijker terecht bij een harmonieorkest? Douwe lacht: ‘Via via. Ik heb twaalf jaar in het Fries Jeugdorkest gespeeld en ben daar nu assistent dirigent. Een collega van Marlies Sikken, de voorzitter van JE en GE, is bestuurslid van het Fries Jeugdorkest. Zo ben ik vorig jaar een keer gevraagd in te vallen voor René die toen was verhinderd. Dat was mijn eerste keer voor een harmonieorkest. Onwijs leuk!’

Hij verwachtte een groep Amsterdamse kinderen aan te treffen bij Jong Excelsior maar het bleken voornamelijk leeftijdsgenoten te zijn. ‘Daar schrok ik eerst even van maar ik heb die avond goed kunnen werken. Ik voelde een klik met het orkest. En na de repetitie ben ik met ze mee gegaan naar café ’t Ruysje. De derde helft is bij deze vereniging belangrijk.’

Ook dat beviel hem goed. ‘Natuurlijk veel te lang blijven zitten’, lacht hij. ‘Een paar maanden later werd ik gevraagd te solliciteren op de functie van dirigent. Echt te gek dat ik het ben geworden. Ik wilde gelijk trompet leren spelen, ik heb ook al een trombone en een fluit liggen.’ Dat is niet zomaar voor de aardigheid. Hij legt uit: ‘Als dirigent weet ik hoe ik het wil hebben. Bijvoorbeeld dat het ronder moet klinken, of dat het meer ademt. Maar ik weet nog niet hoe je dat technisch voor elkaar krijgt bij blaasinstrumenten. Bij JE wordt dat onderling wel doorgegeven door de meer ervaren muzikanten. Maar ik vind dat ik de jongere leden zelf moet kunnen aansturen. Ik wil weten hoe een blaasinstrument werkt.’

Groeien

De eerste maanden voor Jong Excelsior bevielen hem erg goed. Ook de vuurdoop in de Westerkerk, met koor en na de pauze aanvulling van GE, ging hem goed af. ‘Deze vereniging heeft een rijke geschiedenis, het is mooi om daar deel van uit te maken. Het is voor mij een drijfveer om de omvang van Jong Excelsior te laten groeien, ik mis nog wat zacht koper. Maar de klank is al prachtig en de motivatie vanuit het orkest is immens. Wat me het meest verraste aan JE? Ze lezen heel snel. Ik zette Balkan Dance op de lessenaar, een stuk met veel wisselende en onregelmatige maatsoorten. Ik had verwacht dat het een enorme kluif zou worden maar ze speelden het gelijk. Alsof het een koud kunstje was.’